.
Duizelingwekkend Amerika (oorspronkelijk American Vertigo) is het relaas van een reis die maître-penseur Lévy in 2005 maakte door de USA, in opdracht van Atlantic Monthly. Het project herneemt als het ware de reis die zijn landgenoot en collega maître-penseur Alexis de Tocqueville maakte in de twintiger jaren van de negentiende eeuw en die uitmondde in De la démocratie en Amérique (1835).
Dat Bernard-Henri Lévy in het voetspoor van een negentiende-eeuwer schrijft is herkenbaar aan de inleiding, een wijdlopig betogende stijloefening. In vertaling (Ineke Mertens) geeft dit nog meer een bevreemdend effect. Ter illustratie onderstaande zin (!), waarin de auteur uiteenzet waarom hij de auto boven het vliegtuig prefereert, en waarin hij tegelijk de schim oproept van die andere grote Amerika-reiziger, Kérouac.
En als ik Kerouac noem (al had ik niet zo goed een aantal cineasten kunnen noemen, zoals Wenders of Hitchcock van Norh by Northwest of de film Easy Rider of Vanishing Point of ook nog, maar dan wat uitgebreider, Kramers film Route One/USA; ja, ik had ieder willekeurig voorbeeld van de roadmovies kunnen noemen, die veel meer dan Tocqueville mijn beeld van Amerika hebben gevormd; ik had ook de Thoreau van 'oude, slingerende, droge, verlaten wegen, die van de steden wegvoeren' kunnen aanhalen, of Whitman die 'te voet, met een licht hart, de open weg kiest', of zelfs Nabokov, die beweert dat de auto 'de enige plek is in Amerika zonder lawaai en zonder tocht' en dat hij daarom zo graag per automobiel reist), als ik dus Kerouac noem, als ik al onmiddellijk bij aankomst in bij voorbeeld San Francisco aan Kerouac moet denken, als On the Road van begin tot einde mijn onafscheidelijke en geheime reisgids was, dan komt dat omdat deze vorm van reizen - de tijd nemen om net als hij het gebied te doorkruisen over het netwerk van dubbele rijbanen, de geluks- en levenslijnen van het landschap, te versmelten met de voren van asfalt en in de woestijn van vuur, of de wegen te kiezen die in het begin het langst en onbestemdst lijken - een reeks voordelen biedt die voor een schrijver van doorslaggevend belang zijn.
Het boek zelf is zeer lezenswaard. Zijn meestal vrij korte observaties rond maatschappij en politiek zijn trefzeker, diepgaand, ver boven het journalistieke.
* Bernard-Henri Lévy, Duizelingwekkend Amerika, Breda, De Geus, 2007 - isbn 978-90-445-0894-9.
2007-09-01
Synesthesie (Nabokov)
.
Geheugen spreek, de autobiografie van Vladimir Nabokov, is een merkwaardig boek. Verleden en heden overlappen elkaar, en het gehalte aan sérieux is me niet altijd even duidelijk. Neem nu onderstaande passage uit het begin van het boek*. Is dit een jeugdherinnering of niet? En prangender: meent die man dat echt? Of concreter: wie is in godsnaam die "albino-arts uit Erlangen"?
Boven op dit alles geef ik nog een fraai geval van gekleurd horen. Misschien is "horen" niet geheel correct, omdat de kleurgewaarwording alleen al lijkt op te treden als ik oraal een bepaalde letter vorm terwijl ik me de omtrek ervan voorstel. De lange a uit het Engelse alfabet (en dat is het alfabet dt ik hier verder in gedachten heb, tenzij anders vermeld) heeft voor mij de tint van verweerd hout, maar een Franse a doet mij denken aan gewreven ebben. Tot die zwarte groep behoren ook de harde g (gevulkaniseerd rubber) en r (een beroete lap die wordt verscheurd). De havermout der n, de weke noedels van de l en de ivoren rug van de handspiegel der o nemen het wit voor hun rekening. Ik weet me niet goed raad met mijn Franse on, dat ik zie als de oppervlaktespanning van alcohol in een tot de rand gevuld klein glas. Gaan we over naar de blauwe groep, dan zijn daar de stalen x, de onweerswolk der z en de bosbes van de k. Doordat er een subtiele wisselwerking tussen klank en vorm bestaat, zie ik de q als bruiner dan de k, terwijl de s niet het lichtblauwe van de c heeft, maar een merkwaardige mengeling van azuur en parelmoer. Aanliggende tinten lopen niet in elkaar over en tweeklanken hebben geen speciale eigen kleur, tenzij ze in een andere taal worden weergegeven door één enkel teken (zo is de donzig-grijze driepoot die in het Russisch staat voor sj, een letter even oud als de biezen van de Nijl, van invloed op de Engelse weergave sh).
Ik haast me voor ik word gestoord mijn lijst te voltooien. In de groene groep bevinden zich het elzenblad der f, de onrijpe appel van de p en de pistache der t. Dofgroen, in een bepaalde mengeling met violet, is het beste wat ik van de w kan zeggen. De gelen omvatten verscheidene e's en i's, de crème d, de hel gouden y en de u, waarvan ik de alfabetische waarde alleen kan verwoorden als 'geelkoper met olijfglans'. In de bruine groep bevinden zich de volle rubberige tint der zachte g, de lichtere j en de vale schoenveter van de h. Onder de roden ten slotte heeft de b de tint die door schilders wordt betiteld als gebrande siena, de m is een plooi in roze flanel, en vandaag heb ik eindelijk de volmaakte gelijke van de v gevonden - het 'rozenkwarts' in de Dictionary of Color van Maerz en Paul. Het woord voor regenboog, een primaire maar bepaald troebele regenboog, is in mijn privé-taal het nauwelijks uitspreekbare kzspygv. De eerste schrijver die op de audition colorée is ingegaan, was voor zover ik weet een albino-arts in 1812, in Erlangen.
* p.32-33 in mijn editie, Bezige Bij 2001.
Geheugen spreek, de autobiografie van Vladimir Nabokov, is een merkwaardig boek. Verleden en heden overlappen elkaar, en het gehalte aan sérieux is me niet altijd even duidelijk. Neem nu onderstaande passage uit het begin van het boek*. Is dit een jeugdherinnering of niet? En prangender: meent die man dat echt? Of concreter: wie is in godsnaam die "albino-arts uit Erlangen"?
Boven op dit alles geef ik nog een fraai geval van gekleurd horen. Misschien is "horen" niet geheel correct, omdat de kleurgewaarwording alleen al lijkt op te treden als ik oraal een bepaalde letter vorm terwijl ik me de omtrek ervan voorstel. De lange a uit het Engelse alfabet (en dat is het alfabet dt ik hier verder in gedachten heb, tenzij anders vermeld) heeft voor mij de tint van verweerd hout, maar een Franse a doet mij denken aan gewreven ebben. Tot die zwarte groep behoren ook de harde g (gevulkaniseerd rubber) en r (een beroete lap die wordt verscheurd). De havermout der n, de weke noedels van de l en de ivoren rug van de handspiegel der o nemen het wit voor hun rekening. Ik weet me niet goed raad met mijn Franse on, dat ik zie als de oppervlaktespanning van alcohol in een tot de rand gevuld klein glas. Gaan we over naar de blauwe groep, dan zijn daar de stalen x, de onweerswolk der z en de bosbes van de k. Doordat er een subtiele wisselwerking tussen klank en vorm bestaat, zie ik de q als bruiner dan de k, terwijl de s niet het lichtblauwe van de c heeft, maar een merkwaardige mengeling van azuur en parelmoer. Aanliggende tinten lopen niet in elkaar over en tweeklanken hebben geen speciale eigen kleur, tenzij ze in een andere taal worden weergegeven door één enkel teken (zo is de donzig-grijze driepoot die in het Russisch staat voor sj, een letter even oud als de biezen van de Nijl, van invloed op de Engelse weergave sh).
Ik haast me voor ik word gestoord mijn lijst te voltooien. In de groene groep bevinden zich het elzenblad der f, de onrijpe appel van de p en de pistache der t. Dofgroen, in een bepaalde mengeling met violet, is het beste wat ik van de w kan zeggen. De gelen omvatten verscheidene e's en i's, de crème d, de hel gouden y en de u, waarvan ik de alfabetische waarde alleen kan verwoorden als 'geelkoper met olijfglans'. In de bruine groep bevinden zich de volle rubberige tint der zachte g, de lichtere j en de vale schoenveter van de h. Onder de roden ten slotte heeft de b de tint die door schilders wordt betiteld als gebrande siena, de m is een plooi in roze flanel, en vandaag heb ik eindelijk de volmaakte gelijke van de v gevonden - het 'rozenkwarts' in de Dictionary of Color van Maerz en Paul. Het woord voor regenboog, een primaire maar bepaald troebele regenboog, is in mijn privé-taal het nauwelijks uitspreekbare kzspygv. De eerste schrijver die op de audition colorée is ingegaan, was voor zover ik weet een albino-arts in 1812, in Erlangen.
* p.32-33 in mijn editie, Bezige Bij 2001.
2007-08-20
Geheugen (Van Istendael)
.
Het behoud van een oude stad is als het behoud van oude spelling. Erg praktisch is het niet, maar sloop de stenen, sloop de letters, en je sloopt de verhalen van vroeger mee. Figuren van vroeger verdwijnen, werk van vroeger, muziek van vroeger. De herinnering verdwaalt tussen nieuwe muren die haar afstoten, nieuwe orthografie, het nieuwe, rechte schrijven. Herinnering is de kern van de beschaving. herinnering waakt over de menselijkheid.
Sinds een paar maanden draag ik Mijn Duitsland van Geert Van Istendael mee*. Een prachtboek, al mist het hier en daar een goed gekozen foto, of een portfolio in de middenbladzijden. Het citaat hierboven staat op het einde van het hoofdstuk over Quedlinburg (p.330). Eigenlijk vormt het een besluit bij een paar beklijvende hoofdstukken over architectuur en geschiedenis. Het omgaan met herinnering en verleden vormt een rode draad doorheen dit lexicon.
* uitgegeven bij Atlas, isbn 978 90 450 0020 6
Het behoud van een oude stad is als het behoud van oude spelling. Erg praktisch is het niet, maar sloop de stenen, sloop de letters, en je sloopt de verhalen van vroeger mee. Figuren van vroeger verdwijnen, werk van vroeger, muziek van vroeger. De herinnering verdwaalt tussen nieuwe muren die haar afstoten, nieuwe orthografie, het nieuwe, rechte schrijven. Herinnering is de kern van de beschaving. herinnering waakt over de menselijkheid.
Sinds een paar maanden draag ik Mijn Duitsland van Geert Van Istendael mee*. Een prachtboek, al mist het hier en daar een goed gekozen foto, of een portfolio in de middenbladzijden. Het citaat hierboven staat op het einde van het hoofdstuk over Quedlinburg (p.330). Eigenlijk vormt het een besluit bij een paar beklijvende hoofdstukken over architectuur en geschiedenis. Het omgaan met herinnering en verleden vormt een rode draad doorheen dit lexicon.
* uitgegeven bij Atlas, isbn 978 90 450 0020 6
2007-08-12
Dossin
.
Toen ik in Mechelen op zoek was naar de Dossinkazerne passeerde ik dit mooie, luxueuze woonproject, "Hof van Habsburg" genaamd. Ook het Mechelse stadsarchief is er gevestigd.

Pas tijdens het nemen van een paar foto's herinnerde ik me een ander beeld en werd ik me bewust dat ik middenin de beruchte Dossinkazerne stond.

Het leven gaat verder... Terecht. Ook de wat pluizige naamsverandering roept niets anders dan begrip op; een riant appartement in de 'Dossinkazerne' lijkt me niet echt verkoopbaar en, eerlijk gezegd, ik zou begot niet willen wonen in een domicilie met die naam. Toch is het even slikken. Enkel een doorkijk vanop de Mechelse ring roept, zonder dat het de bedoeling is vermoed ik, een getralied verleden op.

Aan het andere kant van het gebouw, slecht aangeduid voor de zoekende reiziger, is het Joods Museum voor Deportatie en Verzet gevestigd, waar de evocatie van het Verzet me meer fascineerde dan het helaas al te vertrouwde verhaal van Deportatie. Daardoor heb ik het museum verlaten met gevoelens van eerbied en bewondering. Misschien niet de eerste bedoeling van zo'n memoriaal. Maar het mag, dunkt me.
Toen ik in Mechelen op zoek was naar de Dossinkazerne passeerde ik dit mooie, luxueuze woonproject, "Hof van Habsburg" genaamd. Ook het Mechelse stadsarchief is er gevestigd.
Pas tijdens het nemen van een paar foto's herinnerde ik me een ander beeld en werd ik me bewust dat ik middenin de beruchte Dossinkazerne stond.

Het leven gaat verder... Terecht. Ook de wat pluizige naamsverandering roept niets anders dan begrip op; een riant appartement in de 'Dossinkazerne' lijkt me niet echt verkoopbaar en, eerlijk gezegd, ik zou begot niet willen wonen in een domicilie met die naam. Toch is het even slikken. Enkel een doorkijk vanop de Mechelse ring roept, zonder dat het de bedoeling is vermoed ik, een getralied verleden op.
Aan het andere kant van het gebouw, slecht aangeduid voor de zoekende reiziger, is het Joods Museum voor Deportatie en Verzet gevestigd, waar de evocatie van het Verzet me meer fascineerde dan het helaas al te vertrouwde verhaal van Deportatie. Daardoor heb ik het museum verlaten met gevoelens van eerbied en bewondering. Misschien niet de eerste bedoeling van zo'n memoriaal. Maar het mag, dunkt me.
2007-08-10
Dimitri Verhulst - Mevrouw Verona daalt de heuvel af
.
Zoals ik zo welsprekend kwam te zeggen, op korte tijd heb ik twee boekjes van Dimitri Verhulst verslonden.
Tom Van Imschoot biedt in Ons Erfdeel van mei 2007 een mooie synthese van het oeuvre van Dimitri Verhulst tot nu toe, en het is op zijn aanraden zeg maar dat ik deze novelle heb vastgepakt. Tot mijn grote vreugde en welbevinden.
Neem nu de eerste zin. Die is zo mooi dat ik het niet kan nalaten ze in haar geheel over te nemen. Hier volgt ze:
Ergens, in de vele verhalenbanken die her en der zijn aangelegd om uit te kunnen putten wanneer de wereld een vertelling nodig heeft, moet de fabel zijn terug te vinden die ons zegt dat men bij zijn aankomst in het rijk der doden een kenmerk moet melden, slechts één, dat het hele voorbije leven typeerde.
Dit is Borges over 1001 Nacht. Dit is Vlaanderen anno 2007, met Erfgoeddagen en inderdaad, verhalenbanken. Dit is een volzin die ik ooit eens in het Latijn wil vertalen. Dit is, kortom, Literatuur.
Fijngevoelig, melancholisch, diepmenselijk. Spannend tot de laatste bladzijde. Schalks nu en dan, een speelse schets van het leven in een Ardens dorpje die (bijna) nergens tot het karikaturale vervalt. Bijzonder mooi geschreven, zonder ooit te vervallen in schoonschrijverij. Hoewel. Even citeren (p.106):
Er zijn weinig gelegenheden waarbij het gebruik van het woord 'merkeldag' geoorloofd blijkt en een beetje schoonschrijver zou deze kans met beide handen moet grijpen. Maar hij zou overdrijven als hij het in dit geval deed, en de aandacht vestigen op zijn stoeferij.
Kan het mooier? Zalig, zo'n knipoog naar de lezer. Ik kon het niet laten om het eens op te zoeken. Inderdaad, 'merkeldag' staat in de dikke Van Dale. Maar 'stoeferij' niet. Heerlijk!
Toch is dit dunne boekje veel meer dan een virtuoze stijloefening. Het is tegelijk een heel treffende mijmering over liefde en geluk. Met een gevoel van dankbaarheid heb ik dit boekje gisterenavond weggelegd. In de overtuiging dat ik het nog meer dan eens zal openen.
Zoals ik zo welsprekend kwam te zeggen, op korte tijd heb ik twee boekjes van Dimitri Verhulst verslonden.
Tom Van Imschoot biedt in Ons Erfdeel van mei 2007 een mooie synthese van het oeuvre van Dimitri Verhulst tot nu toe, en het is op zijn aanraden zeg maar dat ik deze novelle heb vastgepakt. Tot mijn grote vreugde en welbevinden.
Neem nu de eerste zin. Die is zo mooi dat ik het niet kan nalaten ze in haar geheel over te nemen. Hier volgt ze:
Ergens, in de vele verhalenbanken die her en der zijn aangelegd om uit te kunnen putten wanneer de wereld een vertelling nodig heeft, moet de fabel zijn terug te vinden die ons zegt dat men bij zijn aankomst in het rijk der doden een kenmerk moet melden, slechts één, dat het hele voorbije leven typeerde.
Dit is Borges over 1001 Nacht. Dit is Vlaanderen anno 2007, met Erfgoeddagen en inderdaad, verhalenbanken. Dit is een volzin die ik ooit eens in het Latijn wil vertalen. Dit is, kortom, Literatuur.
Fijngevoelig, melancholisch, diepmenselijk. Spannend tot de laatste bladzijde. Schalks nu en dan, een speelse schets van het leven in een Ardens dorpje die (bijna) nergens tot het karikaturale vervalt. Bijzonder mooi geschreven, zonder ooit te vervallen in schoonschrijverij. Hoewel. Even citeren (p.106):
Er zijn weinig gelegenheden waarbij het gebruik van het woord 'merkeldag' geoorloofd blijkt en een beetje schoonschrijver zou deze kans met beide handen moet grijpen. Maar hij zou overdrijven als hij het in dit geval deed, en de aandacht vestigen op zijn stoeferij.
Kan het mooier? Zalig, zo'n knipoog naar de lezer. Ik kon het niet laten om het eens op te zoeken. Inderdaad, 'merkeldag' staat in de dikke Van Dale. Maar 'stoeferij' niet. Heerlijk!
Toch is dit dunne boekje veel meer dan een virtuoze stijloefening. Het is tegelijk een heel treffende mijmering over liefde en geluk. Met een gevoel van dankbaarheid heb ik dit boekje gisterenavond weggelegd. In de overtuiging dat ik het nog meer dan eens zal openen.
Dimitri Verhulst - De helaasheid der dingen
.
Op korte tijd heb ik twee boekjes van Dimitri Verhulst verslonden.
De helaasheid der dingen leek me incontournable. Veelbesproken, positief gewaardeerd, vaak vergeleken ook met Boontje.
Het eerste wat opvalt is de vertelkunst. Wat een vaart, wat een stijl, wat een taal. Een feest gewoon. Ook structureel valt er wat te beleven: achter al die losse anekdotiek blijkt een spel met de tijd schuil te gaan dat pas op het einde helemaal wordt ingeklaard.
Inhoudelijk mis ik Tipetotje de schilderes of een kantieke schoolmeester, om maar iets te zeggen. Het wereldje van Dimmetrieken is een claustrofobisch wereldje van pa, drie nonkels en een grootmoeder. Een vertekening die aandoet als een karikaturale uitvergroting. Het ontneemt kracht aan dit verhaal dat zich als autobiografisch aandient. De eventuele gelijkenis van bepaalde personages in dit boek met bestaande personen berust op louter mensenkennis. Ik wil dit gerust wel aannemen, maar de wereld van dit jongetje was ongetwijfeld ruimer dan het hier zo schitterend beschreven miniatuuruniversum. Ik hou er niet van wanneer een marginaal stukje samenleving tot een karikatuur wordt vertekend. In die zin is Boons Kapellekensbaan van een heel ander gehalte. De manier waarop de ondertussen vader geworden Dimitri worstelt met zijn verleden wanneer hij terugkeert naar Reetveerdegem is pakkend, maakt indruk op Tom Van Imschoot in Ons Erfdeel van mei 2007, maar heeft mij niet overtuigd. Zo'n dronkelap op een schilderij van Jan Steen kan zeer genietbaar zijn, een hoogtepunt in Hollands Gouden Eeuw voor mijn part, maar wat doet zo'n schilderij in het kunstkabinet van een burgerman? Met datzelfde dubbele gevoel heb ik dit boek dichtgeslagen. Ik luister niet alleen graag naar muziek, ik speel zelf ook gitaar en piano en maak liedjes, zo vertelt de auteur in De Morgen van 8 augustus. Dimmetrieken? Reetveerdegem moet toch wel een beetje groter geweest zijn dan het Hoekske of de Volkskring. Gelukkig maar. We houder er een groot auteur aan over.
Ondertussen blijkt dat er ook filmplannen zijn. Gaan we de gebroeders Dardenne achterna, of wordt dit een een dubbeltje van Ex-drummer?
Op korte tijd heb ik twee boekjes van Dimitri Verhulst verslonden.
De helaasheid der dingen leek me incontournable. Veelbesproken, positief gewaardeerd, vaak vergeleken ook met Boontje.
Het eerste wat opvalt is de vertelkunst. Wat een vaart, wat een stijl, wat een taal. Een feest gewoon. Ook structureel valt er wat te beleven: achter al die losse anekdotiek blijkt een spel met de tijd schuil te gaan dat pas op het einde helemaal wordt ingeklaard.
Inhoudelijk mis ik Tipetotje de schilderes of een kantieke schoolmeester, om maar iets te zeggen. Het wereldje van Dimmetrieken is een claustrofobisch wereldje van pa, drie nonkels en een grootmoeder. Een vertekening die aandoet als een karikaturale uitvergroting. Het ontneemt kracht aan dit verhaal dat zich als autobiografisch aandient. De eventuele gelijkenis van bepaalde personages in dit boek met bestaande personen berust op louter mensenkennis. Ik wil dit gerust wel aannemen, maar de wereld van dit jongetje was ongetwijfeld ruimer dan het hier zo schitterend beschreven miniatuuruniversum. Ik hou er niet van wanneer een marginaal stukje samenleving tot een karikatuur wordt vertekend. In die zin is Boons Kapellekensbaan van een heel ander gehalte. De manier waarop de ondertussen vader geworden Dimitri worstelt met zijn verleden wanneer hij terugkeert naar Reetveerdegem is pakkend, maakt indruk op Tom Van Imschoot in Ons Erfdeel van mei 2007, maar heeft mij niet overtuigd. Zo'n dronkelap op een schilderij van Jan Steen kan zeer genietbaar zijn, een hoogtepunt in Hollands Gouden Eeuw voor mijn part, maar wat doet zo'n schilderij in het kunstkabinet van een burgerman? Met datzelfde dubbele gevoel heb ik dit boek dichtgeslagen. Ik luister niet alleen graag naar muziek, ik speel zelf ook gitaar en piano en maak liedjes, zo vertelt de auteur in De Morgen van 8 augustus. Dimmetrieken? Reetveerdegem moet toch wel een beetje groter geweest zijn dan het Hoekske of de Volkskring. Gelukkig maar. We houder er een groot auteur aan over.
Ondertussen blijkt dat er ook filmplannen zijn. Gaan we de gebroeders Dardenne achterna, of wordt dit een een dubbeltje van Ex-drummer?
Abonneren op:
Posts (Atom)