2007-09-01

Synesthesie (Nabokov)

.
Geheugen spreek, de autobiografie van Vladimir Nabokov, is een merkwaardig boek. Verleden en heden overlappen elkaar, en het gehalte aan sérieux is me niet altijd even duidelijk. Neem nu onderstaande passage uit het begin van het boek*. Is dit een jeugdherinnering of niet? En prangender: meent die man dat echt? Of concreter: wie is in godsnaam die "albino-arts uit Erlangen"?

Boven op dit alles geef ik nog een fraai geval van gekleurd horen. Misschien is "horen" niet geheel correct, omdat de kleurgewaarwording alleen al lijkt op te treden als ik oraal een bepaalde letter vorm terwijl ik me de omtrek ervan voorstel. De lange a uit het Engelse alfabet (en dat is het alfabet dt ik hier verder in gedachten heb, tenzij anders vermeld) heeft voor mij de tint van verweerd hout, maar een Franse a doet mij denken aan gewreven ebben. Tot die zwarte groep behoren ook de harde g (gevulkaniseerd rubber) en r (een beroete lap die wordt verscheurd). De havermout der n, de weke noedels van de l en de ivoren rug van de handspiegel der o nemen het wit voor hun rekening. Ik weet me niet goed raad met mijn Franse on, dat ik zie als de oppervlaktespanning van alcohol in een tot de rand gevuld klein glas. Gaan we over naar de blauwe groep, dan zijn daar de stalen x, de onweerswolk der z en de bosbes van de k. Doordat er een subtiele wisselwerking tussen klank en vorm bestaat, zie ik de q als bruiner dan de k, terwijl de s niet het lichtblauwe van de c heeft, maar een merkwaardige mengeling van azuur en parelmoer. Aanliggende tinten lopen niet in elkaar over en tweeklanken hebben geen speciale eigen kleur, tenzij ze in een andere taal worden weergegeven door één enkel teken (zo is de donzig-grijze driepoot die in het Russisch staat voor sj, een letter even oud als de biezen van de Nijl, van invloed op de Engelse weergave sh).

Ik haast me voor ik word gestoord mijn lijst te voltooien. In de groene groep bevinden zich het elzenblad der f, de onrijpe appel van de p en de pistache der t. Dofgroen, in een bepaalde mengeling met violet, is het beste wat ik van de w kan zeggen. De gelen omvatten verscheidene e's en i's, de crème d, de hel gouden y en de u, waarvan ik de alfabetische waarde alleen kan verwoorden als 'geelkoper met olijfglans'. In de bruine groep bevinden zich de volle rubberige tint der zachte g, de lichtere j en de vale schoenveter van de h. Onder de roden ten slotte heeft de b de tint die door schilders wordt betiteld als gebrande siena, de m is een plooi in roze flanel, en vandaag heb ik eindelijk de volmaakte gelijke van de v gevonden - het 'rozenkwarts' in de Dictionary of Color van Maerz en Paul. Het woord voor regenboog, een primaire maar bepaald troebele regenboog, is in mijn privé-taal het nauwelijks uitspreekbare kzspygv. De eerste schrijver die op de audition colorée is ingegaan, was voor zover ik weet een albino-arts in 1812, in Erlangen.

* p.32-33 in mijn editie, Bezige Bij 2001.

1 opmerking:

ddq zei

Het gaat om ene Georg Sachs. Zie onder meer deze tekst, ongeveer halverwege: http://www.synesthesie.nl/pub/synP&M96.htm